For the ugly-white folks

Caribische keuken, de verhaalkunst nabij
een Kapie kunnen pakken, het huis houden
de weg wijzen, lief nemen, ruim geven
er is gesproken, woorden zijn gekozen
racistisch stemverheffen
uitsluiten en angst oogsten
is it them or us?

Kinan speelt busuk

Vol|ledig

De vrije wil afgedwongen met ai, een algoritme gemaakt om je tegen jezelf te keren, andere keuzes te maken die niet in de lijn van verwachtingen lagen, als dat de ai niet tegen zichzelf doet keren…

Zijn we onwetend? Als er aan touwtjes getrokken wordt, gaan we er misschien vanuit dat dit een intermissie is, een overgangsfase naar een beheersbare toestand; een gestuurde dictatuur, gekortwiekte oppositie, zoetgehouden meerderheid.

Al die lieve mensen, ontdaan over dat deel van het volk dat eensgezind kiest voor een fabelachtig zelfbeeld en er geen been inziet om dat wat ons dierbaar is af te breken en te verschoppen. Hoeveel hart en moreel besef hebben de andere dikbekken om dit nog in de kiem te smoren?

Alles wat we deden was goed in een oneindige progressie. Slachtoffers herdacht, op de plek des onheils geweest, tentoonstellingen met vitrines vol zooi door mensen ingebracht. Geen dag zonder zinnen, ook al heb je geen zin.

Zijn we slechts ongeduldige getuigen van de tijd waarin we bestaan, niet tevreden met het ongewisse, ongemakkelijk met onzekerheid, al te zeer bewust van onze onmacht? Houden we daarom van geschiedenissen, verhalen met een begin en een eind, duidelijkheid over een uitkomst, een slotsom, een getal onder de streep?

Vertoornd

De minima. Het ministerie van armoede, want die moet wel blijven. In arren moede
Wat is de meerwaarde van tegenmacht? Wat is het maatschappelijk middenveld? Minder lokaal, meer centraal, minder regionaal, meer internationaal.

Racisme en overige discriminatie zitten in de vezels van ons systeem, maar degenen die daar garen bij spinnen zullen niet in onze kerk komen. Pissen we tegen de verkeerde boom? Het zal veel mensen in dit land een worst wezen. 

Met ziekteverlof werken aan de kaarten van de Maatregelen ecologisch herstel van de Maas waarbij de beste kleurcontrasten in acht worden genomen.

Kairibo #2

Contrastarmoede

Commentaar van het projectbureau op de kleurcontrasten in de onlangs geleverde deelkaarten, maar die schiet enigszins het doel voorbij. Dat tekst goed moet contrasteren is duidelijk, maar er is geen blauw voor het water dat voldoende contrasteert met het geel van de ondergrond behalve de donkerste. Dat verstoort het onderscheid met het gebruikte donkerblauw, dus een oplossing lijkt het geel weg te laten en de gemeentes langs de Maas slechts aan te geven met grenzen en namen.
Blauw en grijs zijn hoe dan ook niet in een aanvaardbaar contrast te krijgen, tenzij met de lichtste grijs en de donkerste blauw, of andersom lichte blauw met donkerste grijs (is bijna antraciet). Overigens zijn ook alleen donker- en hemelsblauw voldoende contrasterend op wit, maar er is naar mijn weten in de huisstijl cartografie niet vastgelegd dat al het water een van die kleuren moet hebben. Ook voor grijs (wegen, bebouwing) op wit geldt dat alleen de donkerste grijs en zwart voldoende contrast geven.
We werken nu met de rgb-kleuren van de rijksoverheid, bedoeld voor gebruik op schermen/het web. Voor drukwerk is er het cmyk-palet, wat wij in het verleden nog wel inzetten, toen kaarten daadwerkelijk werden geprint/gedrukt. Pdf’s, die zowel op schermen als in prints gebruikt kunnen worden, vallen er een beetje tussen, maar het is voor ons nogal arbeidsintensief als we ook weer in cmyk zouden moeten werken – een soort dubbelboekhouding.

Vakantiewerk

Het leven mij heeft mij veel geleerd, zegt de oude sok. Het leven heeft mij – goddank – bijna niets geleerd. (Nescio) Je moet een leven hebben en ’s avonds mag je daarover nadenken. Voor zover de filosofie. Moet je leven alsof je niet dood gaat? Sterven op zich is geen moeite. Goh, ik word elke ochtend weer wakker tot op heden. Slapen is niet dood zijn. Wat zinvol heet in het ene domein, hoeft dat niet te zijn in een ander.

Het werk aan de kaarten konden we niet uitsplitsen, het suggereerde een precies weten en opgenomen hebben en de praktijk is dat dit soort dingen door elkaar lopen, deels samenvallen. ‘Intekenen’ zou een vreemde omschrijving zijn geweest van wat we doen. Als we veel uren zouden rekenen voor het inlezen, mogen ze verwachten dat ons begrip van wat gevraagd was, wat eerder zou zijn ingedaald. Er is een hoop tijd verloren gegaan aan een verkeerde invulling van de lijnen met name. 

Wint energie op zee?

We lopen kennelijk voor op schema en halen zoveel energie uit wind en zon dat de export ervan voor negatieve prijzen gaat; zo verdienen we onze investeringen niet terug. De marktwerking een beetje terugdringen? Sorry for the animals and other life.

Wat gaat er wel goed? Investeren in de wapenindustrie om munitie te kunnen leveren voor het oostfront? Onze levensstandaard en de pensioenen dienen te worden behouden, of beter verdeeld, verhoogd, overkapt; we hebben een hoop te bouwen. Vertrouwen.

Sjaimaan #1/2

Juneteenth

Though President Abraham Lincoln issued the Emancipation Proclamation on Jan. 1, 1863, many enslaved African Americans remained unaware of this executive order for an additional two and a half years. On June 19, 1865, Union troops read out General Order No. 3 at several locations throughout Galveston, Texas, announcing the end of legalized slavery and spreading the news of freedom.

That day of liberation became known as Juneteenth, the oldest known celebration commemorating the end of slavery in the United States. On June 17, 2021, President Joe Biden signed legislation to make Juneteenth a federal holiday.

This image of Galveston was taken by the Expedition 67 crew aboard the International Space Station on June 20, 2022, as it orbited 224 miles above.

Photo Credit: NASA

Image of the day van Nasa, deed mij allereerst aan een door ons gemaakte kaart met die plaats erin denken. Daarna kwam het verhaal en het is alsof ik er ook al op mee wil liften. This is not America en heb ik niet te lijden onder die geschiedenis, wat anders zou moeten zijn? It’s around the corner.

De Balatableeder*

De mooie dagen zijn voorbij
Koelie, bleeder, slaaf vierde zijn goedkope feesten
Werkloos slenterend aan de gouden kusten
Ronselaars ronselt zijn beesten
Zoveel als de burgers maar lusten.

Ten overstaan van een blanke ambtenaar
Contract gesloten, duim afgedrukt
Voorschotje aan slaaf, goed geld aan ronselaar
Contractant ziet zijn plan mislukt.
Voor vrouw en kind zorgen kan hij niet.

Diep in ’t binnenland te midden van woud
Ondoordringbaar schoon vol van romantiek
Moeras, ellende, giftige slangen tussen ’t hout
Slaaf worstelt vecht soms wordt hij ziek
Hoge rekening, waarvan hij niets verstaat.

Na negen maanden betaalt de Compagnie uit
Vanaf 3e-4e-5e-6e kwaliteit
Neem je hongerloon, houd je muil
Spreek niet over de kwantiteit
Slechts de onderneming krijgt gelijk.

In het oerbos tussen schone varens
Een werker sterft, een proleet minder
Wat deert dat als het niet is een grote
Een zwarte, een kleurling, geen hinder
De bleeder weet, hij heeft de klewang in handen.

Anton de Kom (1898-1945)
uit: Vandaag vrij, altijd vrij (2023)

* balatableeder = arbeider die met een mes (klewang) de balataboom inkerft om rubber te winnen.

Van Laurens Jz. Coster — iedere werkdag een gedicht

een taietje geleden

St. Helena

Aangepaste omslagen met een kwinkslag naar het origineel om het onderwerp van het katern te verbeelden. Te flauw, vergezocht, onduidelijk? Kom van je eiland.

AI 2 Logic 4/4 F major 95bpm, piet klaijsen

Strategische ambiguïteit

Dat wat op de (eerste) vuilniswagen voor het restafval stond (in cursief) uit het hele* gedicht gelicht; Jan Oudenaarde heeft gelijk; het doet er geen recht aan. Op de tweede voor het papier: en weer is wat je ziet groter dan wat je dacht (Marion Poschmann), heel toepasselijk. Ze vulden elkaar aan. Ik haal de geleegde bakken weer binnen.

*) BLOED
Je bent mooi. En ik ben gek.
Stenen lichaam. Zonnen lichaam. Eenzelvig lichaam. Zomers melkwezen. Wilde baai. Je bent mijn ivoren vlees. Zwarte ster. Mijn schaamteloze zone. Je metselt me in onder de klaagkoepel. Mijn gegunde sappigheid. Mijn minnares. Mijn stilzwijgende zinnelijkheid. Mijn tirannieke maanwezen. Razende prinses. Doolhof van zweet. Met zijde bekleed idool. En met doornen.
Opus van vuur en bloed. De areola’s van je lippen omvatten en kloven mijn huid. Leg me droog. Ik ben woestijn. Gesel me. Ik ben slaaf. Lijf me in. Ik ben  je eigendom. Je snuisterij. Ik vouw je nek. Ik ontvouw je buik. Hemelse duinen. Je haar is een vlammenbundel. Je ogen een zandstorm. Ik rijt je gezwollen tong open en les mijn dorst. Ze is hostie voor mijn ontrouwe mond. Ze is kelk voor mijn ketterse mond.
Ik verzaak de plicht. De rede. Ik vereer de plaatsen van ontucht. Ik schooi op de drempel van je herberg. Ik laaf me aan je begoochelende bronnen. Opium en wijn. Ik snuif je opiumgeur op. Ik bijt in je alcohol geworden brokjes.
Ik ben die in lompen gehuld je voeten wast en kust. Ik wil drinken. Nog meer drinken. En nog meer drinken. En oplossen en opgaan in de bedwelming.
Ik ben minnaar van de liefde. Met dons bekleed. Met vuil en slijk bekleed.
Ik ben die in het stof knielt voor je lichaam. Oord van verering. Oord van gebed.
Ik ben die in de ochtend van je sluier de stilte van je ogen reciteert. Die vlechten van bloed  bijeenraapt op je praalgraf.
En jij bent mijn geheiligde boek. Mijn gedicht.
En ik ben de dichtergek die bedelt om de zin van wat je zegt. En ik ben de dichtergek die het woord steelt.
Dichtergek die zijn volgzaamheid ontvreemdt. Dichtergek die een veranderd woord verkondigt.
Bezwerend woord om je te vieren en te scheppen. Woord voorbij het woord om je te beminnen.
En je bent mijn brutale vruchtbare. Die me ontdoet van mijn vermoeidheid. Die mijn fouten en wrok terugdrijft. Die een verbond tussen extase en pijn sluit.
En je nectar hecht zich aan mijn meest zorgeloze dromen. Je nectar hecht zich aan mijn nachtelijke spijt.
Je bent een festijn dat ik stopzet en dat me besmet.
En ik proef je blanke keel. Ik snuif je kruidige geuren op. Ik tap je gezwollen sappen af.
En je bent mijn ijdelheid. Mijn wulpsheid. Mijn onzedige maagd.
Je doorkruist wrekende zeeën en stinkende straten. Je doorkruist mijn gulzige geraamte en bange lusten. Terwijl mijn speeksel je lippen nog vervalst. Terwijl de lichaamssappen van het genot je gebarsten huid nog hechten.
Je bent vrouw en de roofzuchtige nacht vertrapt de graven. Je bent vrouw en de hemel zweet stenen vlokken uit.
Je bent vrouw en de oceaan verwoestijnt en de aarde ontkalkt. Je bent vrouw en de dieren rillen apocalyptische tekenen.
En je bent mooi. Mijn melkglazen gazelle. Water dat stroomt tussen mijn wimpers. Zuchten die mijn gedachten zachter maken. Saffraan die mijn littekens betegelt.
En je bent mooi. Mijn liefje. Mijn zachtje. Je gezicht een heldere ochtend. Blauwe nevel. Snoer van sterrenstof. Snoer van oneindige belofte.
En je bent mooi. Mijn verborgen schat. Vloeibare diamant. Paarlenvlecht. Robijnencanvas. Ik ben de goudsmid van je verrukking. Van je traagheid.
En je bent mooi. Eilandvrouw. Vrouweneiland. Ik ontbind mijn andere streken en beëdig me als eilandbewoner. Ik ben een vuurtoren op je navel. Ik verlicht de gezangen van je weelderigheid.
En ik wil nog jarenlang kruipen als een dier op je lijkwade. En die verstellen met mijn bloed. En inslapen  verenigd met mijn toevlucht – met je lijkbleke lichaam.
En ik maak mijn ogen zwart met de as van mijn zwarte maan. En ik zweer de verwrongen en wufte maskerade van het vluchtige af. En mijn gedweeë en verblinde vlees geeft zich over aan de obsessies en uitspattingen van je eredienst.
En ik ben instrumentenlichaam. Tablalichaam .Ravanelichaam .
En je ritmeert me in de draaikolk van je lippen. En je besnijdt me op je kruis.
En je bent spiegel.
En je buigt de sterrentrek om. En je sneeuwt de zonnen vast.
Je bent spiegel. En je zuigt het giftige karmozijn van het kwade weg.
Je bent spiegel. En binnen in je ontwortel ik mijn ik om jou te worden.
Je bent spiegel. En ik versplinter je.
En je barstjes snijden mijn aders. En mijn bloed zal lang na mijn dood jouw kracht oogsten op de vlaktes van de waanzin.
En ik ben stof dat danst rond een gloeiende nis.
Hart van de wereld.
En ik onthoofd degenen die zich – ongelovig en trouw – wentelen aan je voeten maar de alchemie van de liefde niet op kunnen delven.
En ik drijf rond in mijn wankele bootje met de verbannen en zieke zielen.
En ik geef de kreupele te eten. Ik zing de schanddaden met de melaatse. En mijn lichaam is schuilplaats voor de schurftige hond. En mijn lichaam is pantser voor de dakloze. En mijn lichaam is put voor de tranen van de gevallen vrouw.
En in hun onderkomen dat mijn onderkomen is praat ik met de gekken.
En onze bebloede lippen dansen bezielde woorden die de verzen van de liefde voordragen.
En je bent mooi. Mijn zwarte fee. Mijn zwarte wonde. En ik wil de zwarte pupillen afzwakken die taal in mijn huid graven. En een ebbenhouten droom snoeien. Die ebbenhouten droom afpellen.
De essentie ervan losrukken en je dwaasheden ontwarren.
En ik dreun je naam op als het niets me opslokt. En ik roep je naam aan als de oorlog kinderlijkjes uitbraakt.
En ik smeek je naam als mijn tranen opdrogen en ik niet langer huilen wil niet langer huilen kan.
En ik ben wachtende.
Op het donkere vocht dat je rondingen insnijdt Op het donkere vocht dat je haren inkt.
En ik ben wachtende.
Op het donkere vocht dat je huid bevolkt. Op het donkere vocht dat je begeerte opbolt.
Laat het me inkerven en spietsen. Laat het me als prooi achterlaten voor de clowneske en wrede massa.
Want ik ben niets.
En ik wil sterven.
En ik wacht op lichtstralen die mijn offer aankondigen.
Slijp uw sabels vrienden.
Want ik ken dood noch leven.
Want sterven is in jou herboren worden. Is jou zijn.
En je bent mooi. De mooiste.
En ik reis buiten de perken van de tijd.
Ik ben de minnaar van al je plekken. Waar je was en waar je zult zijn.
Ik ben vader en ik heb je verzonnen. Ik ben moeder en ik heb je geboetseerd. Ik ben je eerste lachje en je eerste slokje melk.
Ik ben de grond die je hebt betreden. En de hemel die je hebt verlaten. Ik ben je gevouwen handen in het uur van het gebed. En je gewrongen handen in de pijn.
Ik ben de golven die je hebt gestreeld. En de storm die je hebt bedaard.
Ik ben de letters die je voornaam graveren. En het heilige boek dat onze verenigingen in zich bergt.
Ik ben de handen die je laatste adem zullen wiegen. En de handen die je zullen doen inslapen in je graf.
En ik bemin je.
En een enkel atoom van je liefde verzadigt me. En doet me stralen.
Een enkel atoom van je liefde amputeert mijn lelijkheid. en zuivert mijn verdorvenheid.
Een enkel atoom van je liefde volstaat opdat ik mezelf vergeet.
En ik denk alleen aan jou.
Een enkel atoom van je liefde maakt me zalig. En ik ben de uitverkorene.
En ik bemin je.
En je bent in alle dingen.
Je bent de zon die de gangen van het duister openlegt. Zon die de lusteloosheid van de oceanen scharlaken kleurt.
Je bent de tranen die de naden van de ochtend onthullen.
Tranen die de afscheiding van de schemer vieren. Tranen die de stoet van de manen wegmaaien.
En je bent in alle dingen.
Je bent de verkrachte zielen. En de monsters die ons bestormen.
En de bijlen die onze oogappels balsemen.
Je bent de vluchtigheden van de liefde als onze onherstelbare haat neer gaat liggen.
Je bent de laatste sneeuw en vlagen van vuur die  mijn nachten zeven.
En ik bemin je.
En ik ben een uitgeputte kluizenaar in de woestijn.
En ik vast.
En ik stenig de spoken van andere streken.
En ik vast.
Mijn omsingelde lichaam een wonde. Een kloof.
Een stoffelijk overschot en een verblijf voor je schittering.
Jou.
En je bent mooi.
En ik zie in je amberen ogen en in je doorschijnende lichaam hemel en hel verstrengeld.
En ik wil geen gratie noch verdoemenis maar jouw liefde.
Alleen je liefde.
En ik bemin je.
Ik verban mijn eigen hart om jouw hart te worden.
Ik ruk me los uit mezelf om in jou te leven.
Gun me dat ik uitsterf.

Umar Timol

Wolkrol

Don’t listen to your heart! Take your time, take a step back, reason! (Soms moet je snel beslissen, maar ook dat kan verkeerd uitpakken.)

Krijg je de cijfers rond? Dit kan je toch niet als een betere tijdsbesteding aanmerken dan het wezenloos turen naar schermen met (a)sociale media, laat staan dan iets als het lezen van een interessant boek, maar je kan wel het nodige opsteken van podcasts intussen.

Het kapitalisme drijft op ongelijkheid en wellicht kolonisatie, uitbuiting en slavernij. De machten van politiek, geld en bezit spelen ons tegen elkaar uit, maar we zijn ook deel van die macht, de een meer dan de ander, de ongelijkheid die er de motor van is. Zo profiteren we ook onevenredig van wat het uiteindelijk oplevert.

meld je aan